Spring naar inhoud

Podcast Over de drempel aflevering 3: Marlies

[MARLIES] Ik voelde mij echt zo, ja, compleet anders. Ik voelde mij echt lijk gestoord.

[DOMINIQUE] Gestoord?

[MARLIES] Ja, dat ik zoiets had van: maar waarom kunnen jullie dat op een normale manier en waarom heb ik daar weer hulp bij nodig.

[DOMINIQUE] Ge kuiert. Ge stapt. Ge treuzelt. Ge versnelt. Ge rent. Ge botst. Dit is ‘Over de drempel’, de podcast van GTB, waarin ik kuier, stap, soms wat treuzel, maar vooral de weg bewandel van en met iemand die botst tegen drempels, hoge en harde drempels in de zoektocht naar werk. Drempels die ook opstapjes zijn. Ik ben Dominique, ik maak televisie en theater, praatjes en dus ook wandelingen. En vandaag wandel ik hier. Met dit in mijn neus... Oh, ja, het is een intense geur. Een geur van zwembad eigenlijk. Chloor. En met dit in mijn oren. Dat is ook goeie zwembadklank, vind ik. Maar ge kunt hier ook fitness, groepslessen, indoor cycling en zwemmen. Voilà. Voilà. Mijn zintuigen zijn opgewarmd. En ook mijn hart en geest staan op scherp. Klaar voor een bijzondere ontmoeting. Is dat tafeltje nog vrij? Daar zit ze. Aan een rond tafeltje in de brasserie van Sportoase in Roeselare. Oké, mag ik me er efkens bij zetten?

[MARLIES] Tuurlijk.

[DOMINIQUE] Oké. Oh, voilà, zie. De brasserie is gesloten. Maar ik word verwelkomd door een open glimlach. De glimlach van Marlies. Ja, echt waar. Ge hebt een hele schone glimlach. Ça va met u?

[MARLIES] Ja. Met u?

[DOMINIQUE] Ja, ça va eigenlijk. Ik vond het hier fijn om hier toe te komen. En goh, ja, ik ga vaak zwemmen met mijn zoon. Dus ik ben toch een beetje in de sfeer. Zwemt gij graag eigenlijk?

[MARLIES] Sinds januari zijn mijn mamma en ik gestart met hier te komen zwemmen. En dat valt wel heel goed mee.

[DOMINIQUE] Zeg, het is ook zo precies of dat wij de brasserie efkens afgehuurd hebben voor ons alleen. Want het voelt zo’n beetje aan als zo een speeddate. Zullen we mekaar zo wat leren kennen via speeddate efkens?

[MARLIES] Oké.

[DOMINIQUE] Wacht, zie. Zullen we beginnen met: chips of chocolade?

[MARLIES] Toch chocola.

[DOMINIQUE] Ja? Moet ge nu eens wat weten? Mijn antwoord is ook chocola. Dus dat zit al snor. Wat is uw lievelingseten?

[MARLIES] Een witloof en hesp.

[DOMINIQUE] Maar jongens toch. Wij komen nu al keigoed overeen. Witloof en hesp?

[MARLIES] Ja.

[DOMINIQUE] Oh, da’s heerlijk, hé. Zeg, hebt gij een lievelings-cd?

[MARLIES] Mijn favoriete artiest is toch wel Niels Destadsbader.

[DOMINIQUE] Niels Destadsbader! Schitterend! En waarom?

[MARLIES] Omdat hij... Ik heb een heel moeilijke periode gehad een jaar geleden. En hij heeft mij daar toch wel doorgetrokken.

[DOMINIQUE] Ja?

[MARLIES] Ja.

[DOMINIQUE] Right. En is er zo een specifiek nummer. Een lijflied van Niels Destadsbader dat u doet denken aan: goh, amai. Had dat nummer er niet geweest...

[MARLIES] Da’s dan zo ‘Een beetje anders’ van Niels Destadsbader. Omdat dat zo... Zijn tekst omschrijft mij wel. Ik ben ook een beetje anders met dat ik de diagnose autisme heb, is dat wel zo van: ik ben anders dan anderen. Maar toch ga ik daar wel mee om.

[DOMINIQUE] Zoet of zout?

[MARLIES] Vroeger was dat vooral zoet en nu is dat meer zout.

[DOMINIQUE] Ja, lap. Nu heb ik hier lekker zoete koekskes mee. Ik dacht... Maar mag ik u toch de koekskes offreren?

[MARLIES] Dat mag, ja.

[DOMINIQUE] Ik heb er wel zin in. Wacht, hé. Zeg, hoe waart gij als kind?

[MARLIES] Als kind was ik een redelijk opstandig kind naar mijn ouders toe, maar naar anderen ging ik altijd alles doen.

[DOMINIQUE] Serieus?

[MARLIES] Ja.

[DOMINIQUE] En waar kwam dat van, die opstandigheid? Waar...

[MARLIES] Dat was gewoon, als het mij niet lukte of het werd te veel, dan wist ik dat zelf niet, omdat ik maar op zeventien jaar de diagnose autisme heb gekregen. Dus was dat voor mijn ouders wel heel hard zoeken, hoe en wat dat dat allemaal was. En dan als het mij te veel werd, waren mijn ouders de twee slachtoffers.

[DOMINIQUE] En hoe uitte die opstandigheid zich?

[MARLIES] Dan ging ik, ja, niet agressief worden, maar ging ik toch wel zo met deuren smijten, zo roepen, tieren, al van die dingen. Maar ik ga nooit, allee, fysiek iemand iets aandoen.

[DOMINIQUE] En autisme. We kennen dat woord. Kunt ge dat eens omschrijven wat dat dat is? Want zijn er ook bijvoorbeeld bepaalde soorten van autisme?

[MARLIES] Ja. Ge hebt het PDD-NOS, het klassiek autisme en het syndroom van Asperger. En ik weet eigenlijk zelf niet welkeen van de drie dat dat bij mij is. Maar het is wel een lichte vorm. En mensen met autisme hebben het soms wat moeilijk met drukte. Zo als er een grote groep mensen is en wij komen daarbij, is dat voor ons van: ja, oei, wat doen wij hier?

[DOMINIQUE] Wat doen wij hier? Wat doe je met autisme? En wat doet Marlies met autisme? Geeft het label een houvast bij haar woede-uitbarstingen? Of voelt het toch eerder aan als brandmerk?

[MARLIES] Dat hielp wel, omdat mijn ouders ook wisten van: ah, maar daarom reageert ze zo. En dan wist ik ook van: daarom kan ik niet op de markt in Izegem gezellig daar zitten als het kermis is. Ik kan dat niet. En dan kwam dat zo wel allemaal... de puzzelstukjes vielen echt wel op zijn plaats. Maar toch was dat dan zo de periode, een paar weken erachter van: oei, ik ben nu wel anders of iemand anders. En dan voelde dat wel zo’n beetje van: in het hokje geduwd worden.

[DOMINIQUE] Want, allee, dat is misschien een moeilijke vraag, hé. Maar hoe anders voelt ge u dan dan de anderen?

[MARLIES] Ik voelde mij echt zo, ja, compleet anders. Ik voelde mij echt lijk gestoord.

[DOMINIQUE] Gestoord?

[MARLIES] Ja, dat ik zoiets had van: maar waarom kunnen jullie dat op een normale manier en waarom heb ik daar weer hulp bij nodig.

[DOMINIQUE] En stoorde u het dan ook dat andere mensen dat misschien niet begrepen?

[MARLIES] Ja, er waren heel veel mensen die dat niet begrepen. Bijvoorbeeld ook een vriendin van mij. Dat was een supergoede vriendin. En plots zei ze tegen mij, recht in mijn gezicht: “Gij moet zwijgen, autist.”

[DOMINIQUE] Moh!

[MARLIES] En dan dacht ik zo van: oké, en gij zijt dan altijd mijn beste vriendin geweest... En dat was wel heel moeilijk.

[DOMINIQUE] Ja, dat snap ik wel, want ineens wordt dat een verwijtwoord autist, terwijl dat eigenlijk, mag ik dat zeggen, een aandoening is of hoe moet ik het benoemen?

[MARLIES] Ik noem dat nu zelf ook geen beperking. Want dat is eigenlijk geen beperking. Want we kunnen alles doen wat dat we willen. Het enige is gewoon dat wij een klein beetje moeten aan onszelf denken.

[DOMINIQUE] Want van autisme wordt ook gezegd dat ge veel meer intenser de wereld beleeft.

[MARLIES] Ja, da’s waar.

[DOMINIQUE] Daarmee dat ge vaak misschien, als er te veel prikkels zijn, dat misschien niet aankan. Maar het positieve aan autisme lijkt mij net dat ge heel intens de dingen beleeft. Dat kan ook heel mooi zijn. Of is dat niet zo?

[MARLIES] Ja, da’s wel waar. Bijvoorbeeld als ik een boek lees, iemand anders gaat dat wel lezen en gaat weten wat dat er daarin staat. Maar ik ga echt alle details gaan weten. Over hoe dat dat gaat. En bijvoorbeeld bij spreekbeurten was dat echt wel tof om te zien van: ah, maar ik kan dat hier effectief wel.

[DOMINIQUE] En wat is dan het negatieve aan dat autisme? Of wat dat voor u het minst leuk aanvoelt?

[MARLIES] Voor mij is dat vooral waar dat ik heel hard mee verveeld zit, is eigenlijk het gevoel tonen. Als ik bijvoorbeeld supergelukkig ben dat mijn vriend bij mij is als verrassing, dan lukt dat mij niet om dat te tonen naar hem. En dan krijg ik ook veel die opmerking van: maar zijt gij eigenlijk niet blij dat ik hier ben. Maar dan zeg ik van: ja, allee, hem heeft ook autisme. Dus wij vullen elkaar op dat vlak wel aan.

[DOMINIQUE] Uw vriend heeft ook autisme. En hoe, als ik dat mag vragen, het is toch onze date, hoe hebt ge hem leren kennen?

[MARLIES] Via een datingsite.

[DOMINIQUE] Echt waar? Alright. En hoe ging dat dan?

[MARLIES] Dat was eigenlijk op aanraden van mijn mamma, die zei van: er zijn nog genoeg jongens in de wereld. Probeer het een keer. En dan dat gedaan. En dan zo met heel veel jongens beginnen babbelen en ook zo echt van die jongens dat je zei van: nee. En dan was er zo eentje, Joachim, mijn vriend, die daar uitsprong, die zelf stuurde: en, enfin, ik moet dat hier nu gaan zeggen dat ik autisme heb. En mamma zei ook tegen mij van: zeg dat gewoon. Ge kunt nooit weten. En dan stuurde hij gewoon terug van: maar dat is niet erg, ik heb dat ook.

[DOMINIQUE] Maar allee.

[MARLIES] En dan was dat voor mij zo van: oké.

[DOMINIQUE] Ja, sinds uw zeventien hebt ge dan dat label ASS. Wanneer was het voor u de eerste keer duidelijk in uw jeugd dat ge zoiets had van: hé, hier klopt iets niet. Ik heb meer structuur nodig of zoiets. Had dat ook met structuur te maken? Wanneer was dat voor u de eerste keer dat ge dacht van: hé, hier is iets niet pluis.

[MARLIES] Dat merkte ik wel, als ik van het zesde leerjaar naar het eerste middelbaar ging. Dan was dat zo van: oei. Ik krijg hier nu iedere keer een andere leerkracht. Ik was gewend van mijn structuur van: iedere dag staat dezelfde leerkracht voor uw neus. En dan was dat efkes wel wennen.

[DOMINIQUE] Dat duurt dan nog wel efkes eer dat ge dat label krijgt, hé. Dat zijn dan pittige jaren geweest in het middelbaar, kan ik mij inbeelden. Want dat is inderdaad die overgang van: ge hebt een hele dag les van één iemand en ineens krijgt ge les van twaalf, vijftien leraars. Hoe gingt ge daar dan mee om?

[MARLIES] Dan was dat zo van: ik laat het op mij afkomen en ik zie wel. Lukt het niet, awel, het lukt niet. Maar dan was dat zo van: ja, oei. Het lukt niet en, ja, het lukt niet, ja.

[DOMINIQUE] Lukt het niet, dan lukt het niet. Marlies legt zich erbij neer. En zo loopt ze school. Loopt ze tegen drempels. Maar stapt ze er uiteindelijk ook over. Ze stapt zelfs in een nieuwe opleiding.

[MARLIES] Ik heb eigenlijk twee jaar jeugd- en gehandicaptenzorg gedaan. In Kortrijk. Het vijfde en het zesde middelbaar. En dan was ik ervan overtuigd van: ik ga leerkracht worden. Maar dan hebben mijn ouders mij ook wel duidelijk gemaakt van: dat kan zijn dat dat een hele grote droom is, maar die studies, gaat dat lukken? Want ik moest nu heel veel doen om af te studeren met 63 procent. Zat ik dag en nacht achter mijn schoolboeken, totdat ik iets verstond, en bijlessen, ik heb er voorzeker honderdduizend gehad. En dan heb ik maatschappelijk werk in HBO5-opleiding beginnen studeren, maar dan merkte ik naarmate de eerste examens van: nee. Ik moet hier weer veel te veel doen en het wil er niet in. Want dat interesseerde mij ook niet, die vakken. Dat was zo van: ik zit hier tegen mijn goesting. Dan heb ik zelf beslist, samen met mijn ouders, van: we stoppen ermee, we gaan op zoek naar werk.

[DOMINIQUE] En dat is dan de Sportoase geworden.

[MARLIES] Nee.

[DOMINIQUE] Ah, oké. Vertel verder.

[MARLIES] Ik ben eigenlijk dus...

[DOMINIQUE] Vergeet ook niet van uw koffie te drinken, hé. Pakt af, want het wordt koud, hé.

[MARLIES] Ik ben eigenlijk opvoeder van diploma. Dus dan heb ik dan gedacht van: ik kan dat hier, hé. Ik ga ik als opvoeder gaan werken. Maar dan kreeg ik de deur recht in mijn gezicht. Dan wist ik van: oei, ik kan dat niet, ik neem veel te veel mee naar huis. En dat was heel moeilijk om te plaatsen bijvoorbeeld mensen die 50, 60 jaar zijn, die dan een mentale leeftijd hebben van 3, 4 jaar. En dat vond ik dan heel moeilijk. Van volwassen mensen die voor uw neus staan en zeggen: gaan we kleuren?

[DOMINIQUE] Want ik neem aan... Ge zegt: ik nam daar veel mee naar huis. Heeft dat ook te maken met uw autisme, dat dat meer blijft plakken?

[MARLIES] Ja, dat is wel waar. Mijn ouders zien dat wel aan mij. Als ik bijvoorbeeld een probleem heb, ga je dat ook direct zien aan mij. Als het niet lukt, ik ga niet dan mijn maskerke aandoen en ermee zitten lachen. Absoluut niet.

[DOMINIQUE] Want Marlies heeft geen masker, vermomt niks en ontmaskert op eigen kracht haar kunnen en willen. Ze wil geen opvoeder worden. Ze wil iets anders, maar wat? We zitten hier in Sportoase. Een belangrijke plek. Hoe is dat gegaan hier? Allee, hoe hebt ge deze plek ontdekt?

[MARLIES] Dat was eigenlijk gewoon op de VDAB aan het scrollen tussen alle vacatures, omdat ik al heel lang op zoek was. En ik dacht zo bij mezelf van: ach, dat gaat toch nooit lukken. En dan zei mijn begeleider Freek van: probeer toch. Ge kunt niet weten. En dan heb ik hier gesolliciteerd. En dan kreeg ik direct een mailtje terug van: oké, als gij wilt, moogt gij hier komen op gesprek.

[DOMINIQUE] Vertelt ge dan meteen van: ja, ik heb autisme? Of...

[MARLIES] Nee. Ik heb dat niet meteen gezegd, want op sollicitatiegesprekken zeg ik dat eigenlijk praktisch nooit. Omdat ik niet wil dat de mensen mij anders zien. En dan dacht ik van: ik ga het hier toch maar vernoemen, omdat ik mij zo op mijn gemak voelde. En dacht ik van: ik ga hier al beginnen stages aanbieden, want hoe rapper dat ik hier binnen geraakte, hoe beter.

[DOMINIQUE] Hoe rapper, hoe beter. En dat lukt. Marlies mag aan de slag als administratief medewerker. Ze doet computerwerk en staat aan de balie ook klanten te woord. Alleen en toch sociaal. Een nieuwe drempel in haar leven. Hoe zoudt ge dat omschrijven eigenlijk? Uw job hier.

[MARLIES] Er zijn veel mensen die zeggen van: ge zit daar maar. Vier of acht uur, of te zien hoe lang dat ge hier zit achter een bureau. Maar de mensen vergeten wel dat wij constant moeten vriendelijk zijn en als wij nu een boze klant voor ons hebben, kunnen wij ook niet zeggen van: eh, trek uw plan! En dat is dan eigenlijk heel gevarieerd, ons takenpakket. Mijn ene collega doet de uurrooster, de andere doet de stocktellingen. Maar wij doen wel eigenlijk allemaal hetzelfde qua werk op de computer.

[DOMINIQUE] Maar ge werkt op de computer, maar tegelijkertijd, zoals dat ge zegt, moet ge ook wel klanten ontvangen en dus is het een beetje een combinatie van sociaal kunnen zijn met de klanten en tegelijkertijd toch ook wel op u eigen bezig kunnen zijn. Is dat een leuk evenwicht? Of...

[MARLIES] Ja, want, allee, in het begin was ik totaal niet sociaal. En dan dacht ik van: ja, maar ik heb wel een sociaal beroep gestudeerd. En dan ben ik hier totaal niet sociaal. En dan wou ik absoluut naar het administratieve gaan. En dan was dat wel iets van: hier kan ik dat wel combineren.

[DOMINIQUE] Want is dat de job die ge voorlopig efkes heel hard wilt blijven doen?

[MARLIES] Ja.

[DOMINIQUE] Weet ge nog de eerste keer dat ge hier toekwam. Herinnert ge u nog dat moment?

[MARLIES] Ja, heel goed.

[DOMINIQUE] Ja, hoe was dat?

[MARLIES] Dat was met een heel bang hartje dat ik hier toekwam. En daar zat ook niemand aan de balie. En dat was zo van: wat moet ik nu doen? Help! En dan heb ik gewoon mijn angst overwonnen, zeg maar, en gebeld naar de persoon met wie dat ik een afspraak had en dan is die gewoon naar buiten gekomen. En dan voelde ik al zo direct van: oké, het zit hier goed.

[DOMINIQUE] Alright. En hebt ge leuke collega’s?

[MARLIES] Tuurlijk.

[DOMINIQUE] En weten zij van uw... ASS zal ik het noemen. Want ASS, is dat de...

[MARLIES] Autismespectrumstoornis.

[DOMINIQUE] Dat is de officiële naam. Autismesprectrumstoornis. Kijk eens aan, ja. Hele mond vol. En weten uw collega’s dat? Hebben ze daar over gepraat met hen? Of hebt ge zoiets van: ja, nee, ik wil net niet dat ze het weten?

[MARLIES] Sommigen weten het wel. En ik moet zeggen drie vierden weet het ook wel. Wat dat ik eigenlijk... Dat zijn geen collega’s meer, dat zijn echt wel vrienden aan het worden. Want zij weten eigenlijk heel mijn leven. En wij vertellen ook heel veel tegen elkaar. Wij zijn maar met vier in het team van de balie. En toch merk je dat wij een heel sterk team zijn.

[DOMINIQUE] Zeg, ik heb nu wel zin door daar allemaal over te praten om efkes toch eens een wandelingske te doen doorheen de Sportoase. Kan dat?

[MARLIES] Da’s super.

[DOMINIQUE] Oké. Zijn we? Ik volg u, hé.

[MARLIES] Dank u.

[DOMINIQUE] Ladies first.

[MARLIES] Dus dat is eigenlijk onze inkomhal. En dan als je hier naar boven gaat, heb je dan links onze personeelsruimte en als je doorgaat de tribune. En dan als je naar rechts gaat en meteen het hoekje om, kom je uit in de fitness. En hier zit ik wel altijd.

[DOMINIQUE] Da’s uw plekske dan.

[MARLIES] Ja. Da’s mijn toffe collega.

[DOMINIQUE] Dag, toffe collega. Heeft die toffe collega ook een naam?

[MARLIES] Jen.

[DOMINIQUE] Hoe?

[MARLIES] Jen.

[DOMINIQUE] Hé! Hallo. Is het een toffe collega, Marlies?

[JEN] Marlies? Tuurlijk. Ja, ja.

[DOMINIQUE] Ja, kan niet anders. Zo’n warme vrouw. Goed, hé? Hé, maar het is hier wel een leuk plekske. Toch?

[MARLIES] Da’s Bert.

[DOMINIQUE] Dag, Bert.

[MARLIES] Van het onderhoud.

[DOMINIQUE] Hallo. Dag, Bert. Het is hier goed onderhouden, hé.

[MARLIES] Ja, sowieso. En dan heb je hier het recreatiebad.

[DOMINIQUE] Oh, ik heb zin om daarin te springen. Maar ik ga het niet doen, hé.

[MARLIES] Nee.

[DOMINIQUE] Oh, amai. Wel leuk.

[MARLIES] Superleuk.

[DOMINIQUE] Doet gij dat ook graag? Sporten? Zwemmen?

[MARLIES] Het sporten op zich niet, maar het plezier daarrond wel.

[DOMINIQUE] Gaan we richting de andere plek.

[MARLIES] Ja, oké.

[DOMINIQUE] Ik duik met Marlies wat dieper in de tijd. We keren op haar stappen terug en belanden hier. Marlies, over welke drempel zijn wij nu gestapt?

[MARLIES] Bij Freek. In GTB.

[DOMINIQUE] GTB. Het is een vrij zachte drempel eigenlijk om hierover te komen.

[MARLIES] Herinnert ge u nog de eerste keer dat ge hier die drempel zijt overgestoken. Dat was samen met mijn mamma. Zij is dan de eerste keer meegekomen om mij toch een beetje te steunen.

[DOMINIQUE] En hebt ge daar nu fijne herinneringen aan?

[MARLIES] Ja.

[DOMINIQUE] Want was dat een opdracht om die drempel over te steken, om hier bij GTB aan te kloppen.

[MARLIES] Dat was wel een redelijke opdracht om te zeggen van: ik ga gespecialiseerdere hulp zoeken.

[DOMINIQUE] Marlies belandt tijdens haar zoektocht naar werk bij GTB, een gespecialiseerd team dat mensen met een beperking helpt om werk te vinden en te houden. We nemen de trap naar boven en ontmoeten er Freek, haar arbeidsbemiddelaar.

[FREEK] Hallo, Marlies.

[DOMINIQUE] Aha. Dat moet Freek zijn.

[MARLIES] Ja, inderdaad.

[DOMINIQUE] Weet gij nog uw eerste ontmoeting met Marlies, hoe dat dat was?

[FREEK] Ja, ik kan mij dat wel nog herinneren, ja. Dat was... bij ons was dat een intakegesprek. Marlies was heel nerveus in het begin. Het heeft een eindje geduurd om haar vertrouwen te winnen. Maar dat is uiteindelijk wel gelukt, hé.

[DOMINIQUE] Ja, want hier staat echt, ja, een vrouw met heel veel vertrouwen en, ja, een geweldige dame.

[FREEK] Ja, dat is waar.

[DOMINIQUE] En moest gij Marlies moeten omschrijven in drie woorden. Wat zouden die drie woorden zijn? Ik weet dat dat veel te weinig is voor Marlies, maar...

[FREEK] Doorzetter, emotioneel en, ja, empathisch.

[DOMINIQUE] Voilà. Dat zijn topwoorden. En ze zijn allemaal goed. Ik keur ze goed. Nee, super. Zeg, Freek. Mogen wij hier een ruimte gebruiken om efkes een babbelke te doen, onze babbel verder te zetten.

[FREEK] Ik heb hier een lokaaltje gereserveerd voor jullie.

[DOMINIQUE] Oké. Super. Marlies kent deze lokaaltjes. Met blauwe stoelen en een zacht tapijt. De plek doet iets met haar. Met haar gemoed en gezicht. Want het is wel schoon. Toen dat we hier toekwamen... Er kwam ook een lach op uw gezicht.

[MARLIES] Ja, omdat ik weet dat Freek er altijd is geweest en nu nog. En dat hij mij echt gesteund heeft door dik en dun.

[DOMINIQUE] Want het leuke aan de job die ge nu doet, hé. Moest ge dat niet kunnen doen? Moest ge niet kunnen werken? Welke versie van Marlies zou er hier dan nu zitten.

[MARLIES] Ik denk, gelijk heel in het begin, dat Freek mij eigenlijk heeft leren kennen, was het eigenlijk echt, ja... Ik vergelijk dat altijd met een patattenzak zonder patatjes. En ik was dan effectief een patattenzak waar dat er niks in zat. Ik zat hier en, ja, ik zei op alles ja, maar toch wou ik daar niet in.

[DOMINIQUE] Dat is mooi gezegd. Maar ge niet meer in de patatten of in de puree, hé.

[MARLIES] Ja, inderdaad.

[DOMINIQUE] Hoe leuk was dat voor uw omgeving om te zien dat ge eindelijk wist: dat is er met mij. En ondertussen: hé, ik kan wel werken op mijn maat.

[MARLIES] Dat was eigenlijk heel moeilijk. Voor mijn grootouders bijvoorbeeld van: oei, mijn kleindochter moet nu hulp zoeken. Ze kan het niet alleen en waarom kan zij geen job houden. En dat was voor mij dan zo van: ha, zie je wel, het lukt mij niet.

[DOMINIQUE] Maar nu moeten ze toch voelen en zien dat ge daar heel gelukkig van wordt. En ge zijt aan het werken.

[MARLIES] Nu zijn ze ook wel supertrots op mij, dat weet ik. Maar van mijn grootouders is dat dan toch nog zo van: en waarom maar dertien uur en waarom niet fulltime? Maar dat is ook nog een andere generatie dan. En dan snap ik dat ook. Maar ik weet dat ze toch wel trots zijn op mij.

[DOMINIQUE] En wat doet ge zo na een werkdag? Hoe komt gij thuis?

[MARLIES] Vroeger kon ik thuiskomen en ging ik zeggen: ik doe nu niks niet meer. En nu kom ik thuis en vraag ik aan mamma, van: moet ik nog iets doen? Of... Ik heb wel nog wat energie over. Het is niet dat ik alles verspeel op mijn werk.

[DOMINIQUE] Maar ge komt misschien nu blijer thuis.

[MARLIES] Ja. Zeker en vast.

[DOMINIQUE] En we weten al wie de jonge Marlies was. Het kind dat boos kon zijn. Hoe is het nu met u vandaag de dag?

[MARLIES] Ik voel mij wel ook veel beter. Ik heb veel meer zelfvertrouwen gekregen. En dat helpt mij wel vooruit. Ik ga nu zelf durven de mensen aanspreken. Bijvoorbeeld in een winkel als ik iets niet vind, ga ik het nu zelf durven vragen en moet ik niet meer mijn pappa dat laten doen.

[DOMINIQUE] Vroeger was dat zelfs een drempel om aan mensen iets te vragen.

[MARLIES] Ja, inderdaad. Dat was heel moeilijk.

[DOMINIQUE] Ik vind het wel superongelofelijk. Ge weert u wel, hé. Want, allee, moest ik u tegenkomen in een brasserie, ik zeg maar iets, ik zou niet direct merken dat er iets mis is met u. En iets mis tussen haakjes, hé.

[MARLIES] Ik krijg veel die opmerking. Dat het eigenlijk bij wijze van spreken onzichtbaar is. Dat er iets in mijn hoofd niet... niet loopt gelijk of dat het moet lopen.

[DOMINIQUE] Want is dat het moeilijke? Als ge uw been gebroken hebt, mensen zien dat ge een plaaster aan hebt, hé. Maar de plaasters of pleisters in iemand z’n hoofd die zien we vaak niet. Was dat het moeilijke om dat onzichtbare zichtbaar of bespreekbaar te maken.

[MARLIES] Ja, ik had het daar heel moeilijk mee. Ik kon niet zeggen, bijvoorbeeld naar mijn ouders toe, van: het lukt niet. Dat ging gewoon niet. En dan heeft mijn mamma mij echt op mijn gemak gesteld en gezegd van: gij weet dat toch. Als er iets is, moogt ge het hier altijd eruit smijten. Ik ga u proberen te helpen waar dat ik kan. Maar soms begrijpen ze dat dan ook niet. Maar ze kunnen daar ook niet aan doen dat ze het niet begrijpen. En dan heb ik hulp gezocht en uitleg gevraagd van: wil je dat een keer uitleggen naar mijn ouders toe, wat dat autisme juist is. En dan hebben ze dat ook gedaan. En nu merk ik wel dat ze er veel beter mee om kunnen.

[DOMINIQUE] Zeg, wordt ge nu soms ook nog boos zonder aanleiding?

[MARLIES] Ja. Dat er iets gezegd wordt tegen mij dat totaal niet slecht bedoeld is, maar dat ik dat wel soms verkeerd opvat.

[DOMINIQUE] En hoe probeer je dan daarmee om te gaan?

[MARLIES] Da’s wel heel moeilijk. Omdat dat voor mij iets is van: ik doe weer iets verkeerd en het is weer allemaal mijn schuld. En dan durf ik wel een keer uitbarsten. Dat is waar.

[DOMINIQUE] En na de boosheid, komt dan ook het verdriet vaak?

[MARLIES] Ja.

[DOMINIQUE] Stelt dat de 20-jarige Marlies een telefoonske mag plegen met 8-jarige Marlies. Wat zoudt ge zeggen tegen die 8-jarige Marlies?

[MARLIES] Dat ze eigenlijk sterk moet staan. Dat ze haar niet mag laten doen door wat dat er allemaal gezegd geweest is. Gewoon dat ze echt wel haarzelf moet zijn.

[DOMINIQUE] En stelt, om het nog eens moeilijker te maken, stelt dat ge binnen tien jaar met uzelf afspreekt, als ge dertig zijt. Hoe ziet uw toekomst eruit als 30-jarige? Waar wilt ge dan staan?

[MARLIES] Dat ik nog altijd het geluk mag hebben om in Sportoase te werken. Dat is wat meer uren zou krijgen. Dat zou wel heel leuk zijn. En dat ik met mijn vriend toch wel huisje, tuintje, boompje, kindje kan doen.

[DOMINIQUE] Ha, oké. Zoudt ge graag mamma worden?

[MARLIES] Ja, heel graag.

[DOMINIQUE] Ha, oké. Hebt gij zo een levensmotto, een lijfspreuk?

[MARLIES] Da’s nog van heel vroeger eigenlijk dat ik dat leren kennen heb. En dat is wat dat gisteren gebeurd is, is gisteren gebeurd, dat er morgen gaat gebeuren, gebeurt morgen, maar nu focus ik me op ons vandaag.

[DOMINIQUE] Hier en nu.

[MARLIES] Ja.

[DOMINIQUE] En lukt dat?

[MARLIES] Soms wel, soms niet.

[DOMINIQUE] Wanneer lukt dat niet?

[MARLIES] Als ik bijvoorbeeld slecht opsta, dan is dat zo van: nee, ja, oei, nee, dat wordt mijn dag niet vandaag. En dan begin ik zo aan alles te denken dat er vroeger gebeurd is.

[DOMINIQUE] Wij zijn dit gesprek begonnen à la speeddating, elkaar ontmoet in de brasserie van de Sportoase. Ik heb ook het gevoel dat ik u iets beter ken ondertussen. Dus allee, zelfs veel beter ken. Met dank aan uw fantastische bewoordingen. Ik heb ook het gevoel dat gij ondertussen in uw leven ook u eigen veel beter kent. Maar toch zou ik willen eindigen met terug een speeddateje. Ziet ge dat zitten?

[MARLIES] Tuurlijk.

[DOMINIQUE] Marlies met autisme of Marlies zonder autisme?

[MARLIES] Da’s wel moeilijk. Want het ene moment wil ik Marlies met autisme en het andere moment zonder.

[DOMINIQUE] Oké. Maar ik moet zeggen: ik vind Marlies, de Marlies met autisme die ik nu ontmoet, vind ik een top-Marlies, hé. Ik wil maar efkes dat ge dat weet. Uh ja... Dan heb ik de vraag der vragen natuurlijk, hé. Niels Destadsbader of Dominique Van Malder?

[MARLIES] Moet ik daartussen kiezen... Ha ha ha.

[DOMINIQUE] Dit was ‘Over de drempel’. Bedankt voor het luisteren. Vond je deze podcast interessant? Abonneer je dan op iTunes, Spotify of een andere plek waar je je podcast beluistert en schrijf een review. Zo help je ook anderen om ‘Over de drempel’ te vinden. Als je wil reageren of als je een vraag hebt of zelf een verhaal wil delen, dan kan dat ook via overdedrempel@gtb.be. ‘Over de drempel’ werd voor GTB gemaakt door Handelsreizigers in Ideeën, House of Media en Uitgesproken. Je vindt alle credits in de shownotes van deze podcast.